Column: Beyond Limits

Onlangs werkte ik mee aan een atelier waarin de rol van de ontwerper werd verkend voor een nieuwe aanpak van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. Met andere ontwerpers werd ik door de gemeente Weststellingwerf geleid en spraken we met diverse bewoners met verschillende belangen. In deze gemeente spelen diverse uitdagingen in zowel sociale als ruimtelijke zin. In amper 3 dagen tijd spraken we met de lokale middenstand, ondernemers, boeren en mensen uit het buitengebied. De gedachte achter het atelier bestond uit de gedachte dat ontwerpers slimme verbindingen kunnen leggen tussen verschillende opgaven die verband houden met de ruimtelijke inrichting. Juist door niet te denken in platte oplossingen kun je soms meer voor elkaar krijgen in de zin van ruimtelijke kwaliteit, maar ook culturele, sociale en economische vraagstukken.

De valkuil voor iedere ontwerper in een dergelijk atelier ligt in het bedenken van platte oplossingen. Het is immers verleidelijk om problemen gelijk te willen oplossen als de lokale dorpsbelangen aangeven dat er verkeersproblemen zijn, maar er spelen vaak veel grotere problemen. Bewoners van kleine dorpsgemeenschappen zullen dat begrijpelijkerwijs nooit op die manier op je bord leggen. Ze zien niet altijd reden tot verandering en zijn trots op hun mooie dorp, de rust en het omliggende landschap. Geen reden tot grote veranderingen dus. Toch maken ze zich wel degelijk zorgen over het verdwijnen van hun dorpsschool, het wegtrekken van jongeren en discussiëren ze veel over de melkprijs. En juist daarin schuilt de opgave. De melkprijs kun je niet veranderen, de economische perspectieven wel door het bieden van ruimtelijke ingrepen gekoppeld aan bijvoorbeeld toerisme of verduurzaming van de omgeving.

Juist als ontwerper ben je in staat om een nieuw perspectief neer te zetten over de bestaande wereld. Een ontwerper verzoent zich nooit met het bestaande lot, maar is in zekere zin altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden en kansen. Dat geldt voor zowel een kleine uitbouw als een omgevingsvisie. In die zin denken ontwerpers altijd buiten de kaders. Het idee achter Beyond Limits van deze Chepos heeft meer betrekking op de methode waarop ontwerpers de wereld tegemoet treden. Mensen hebben de natuurlijke neiging in hun manier van doen te berusten en architecten zijn geen uitzondering. Goed om hier de aandacht zo nu en dan op te richten. Enig gezond wantrouwen tegen vastgeroeste patronen is gerechtvaardigd voor een beroepsgroep die het hier van moet hebben. Om mezelf eraan te herinneren heb ik jaren geleden een boekje gekocht met de veelzeggende titel: Whatever you think, think the opposite van Paul Arden. De kaft is voldoende voor een periodieke overpeinzing van de eigen denkpatronen.

Hoezeer ik ook waarde hecht aan een kritische basishouding, vraag ik me ook af of we moeten applaudisseren voor de zoveelste revolutie. Soms lijkt het wel alsof vernieuwing een doel op zich is geworden en in hoeverre het gaat om echte vernieuwing. Aan de lopende band lees je over ideeën of concepten die de wereld revolutionair veranderen om – als het geen oude wijn in nieuwe zakken is –  er jaren later niets meer over te horen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze vernieuwzucht zelf een relikwie is van het modernisme na de jaren ’50. Een interessante discussie zou zijn wat al die ontwerpersvrijheid van de afgelopen decennia nu eigenlijk heeft opgeleverd ten aanzien van de gehele bouwtraditie. Was het niet Vitruvius die subtiel doorhad dat een ontwerpopgave zich verhoudt tot andere kennisgebieden.

Dwarsdenken is niet erg, maar soms terugkijken naar datgene wat we al weten kan op zijn tijd ook geen kwaad.

Dit artikel is gepubliceerd in de Chepos 52 (oktober 2015). Zie: http://issuu.com/chepos_cheops/docs/chepos_52/

 

Artikel uit Chepos 52

Artikel uit Chepos 52