Column: Picking Bricks (Bakstenen kiezen)

How much time would an average student spend on choosing the materials for his buildings? Looking back on my time as a student architect, I spent only a little time on it. And even then I was just one of the few who spent time on details and materials. But don’t worry, students do not have to fear they are missing something essential. The most valuable lesson is, in my opinion, not in finding the right materials but in structuring ideas  in a coherent design and working consistently with this design throughout the whole project. Choosing materials is just one of the aspects of this process. Yet, experimenting and looking for the right materials is somehow more in the background.

In practice choosing materials has a far more prominent role, as is also the case with the drawings for the final construction plans. In this it becomes more obvious how the initial ideas are brought to life and we can become more aware of their consequences. Choosing materials is even more important when an architect is faced with already existing buildings. This always raises the question of how to deal with the existing, because it limits the possibilities of the architect. And materials are, of course, a major limit in our work.

I thought I had quite a good picture in mind when I started to work on a design for a monumental church from the thirties. Following our concept of the design – an entrance for an extension beneath the church – we made the decision that the design should have a modest expression towards the church. It had to fit in with  the existing architecture. The church was made out of bricks which led us to use the same material, so it could blend in with the existing structure. From this simple stance followed a tough search for the right brick. This simple decision surpassed all my initial expectations on the time it would take to find the right materials.

At the beginning of this project we had noticed that the brick was slightly different from the normal “waalformaat” bricks often used today. One of those differences was the size. (In our particular case it was the so-called “reno-formaat”). It turned out to be the first of many curiosities. There was no chance the original manufacturer could help us. In the heydey of the twenties, the Netherlands had over 600 manufacturers of brick. Today it has shrunk to less then 30. And even if we could find the original manufacturer, the manufacturing process has changed radically. And that has consequences for finding some sort of replica of the original brick.

For instance the texture of the stone is the result of imperfections caused by a steel die used for making extruded bricks. Today this part of the process has “improved” and the variations in texture have been brought back almost eliminated. Another innovation which has changed the appearance of the bricks has been made in the burning process. The conventional process has changed for a more efficient one. Although some traditional processes can still be found, which is not the case for our extruded brick, there are other variables at stake like the right type or mixture of clay or the limited options for uncommon dimensions.

Finding a brick which met all the characteristics of the existing bricks in the church is an impossible job. (Unless of course we had unlimited acces to money, which is almost never the case). Therefore we had to make choices about which characteristics to work with and see if there were some possibilities in the production of bricks to create the best stone. Before you even realize it, you are no longer simply choosing a material, but occupied with production processes for making the materials.

At this time I have spent more time on finding the right materials  then I realized beforehand. What drives an architect to go this far? I think it has to do with the ambition of consistency between concept of the design and the consequences for the materials in the final building plans. Too much compromise will lead to a diluted design and mediocre architecture or worse. There is already enough mediocrity in the built environment. If the possibility of good architecture is there, why should we as architects settle for inferior design solutions like ugly expansion joints or some second-best brick, while there are better alternatives out there. I think it is a good thing for students to realize how much time it would take, but it is even more important to realize consistency in design and how it’s built is still the most important thing!

chepos53

Pagina uit Chepos 53.

Dit artikel is gepubliceerd in de Chepos 53 (februari 2016). Zie:https://issuu.com/chepos_cheops/docs/chepos_53

Artikel in Nederlands:

Hoeveel tijd en aandacht zou een student Bouwkunde aan de materialisatie van zijn gebouwen besteden? Als ik terugkijk op mijn projecten als student was dat in ieder geval gering. En dan besteedde ik in ieder geval een deel van mijn tijd aan detailleringen. Op zich geen wezenlijk probleem. Het meest waardevolle van de studie architectuur ligt, naar mijn idee, in het structureren van ideeën in een samenhangend gebouwontwerp. De materialisatie is slecht een aspect dat hier uit volgt. Het experimenteren en zoeken naar de juiste materialisatie speelt daarmee meer op de achtergrond.

In de praktijk speelt materialisatie een meer uitgesproken rol. Net als de technische uitwerking overigens. Hierin komt naar voren hoe ene ontwerp tot uitdrukking wordt gebracht. Of anders gezegd: hoe een gebouwconcept zich vertaalt in iets tastbaars. In het geval van een bestaande stiuatie – zoals bij uitbreidingen, verbouwen en renovaties – speelt de materialisatie zelfs een prominente rol in het ontwerp. Een dergelijke bestaande situatie werpt altijd de vraag op hoe je je als architect verhoudt tot het bestaande, daar dit de mogelijkheden van het ontwerp inperkt. En het materiaal is daarin een belangrijke beperkende factor.

Van de praktijk meende ik dan ook een goed beeld te hebben toen ik begon aan het ontwerp van een monumentale kerk uit de jaren dertig. Vanuit het ontwerp – een ingang voor een ondergrondse uitbreiding – volgde een bescheiden houding ten aanzien van de prominente baksteenarchitectuur van de kerk. De steen zou zich qua eigenschappen moeten voegen in het bestaande. Dat vanuit deze ‘eenvoudige’ stellingname vanuit een concept een pittige zoektocht naar de juiste baksteen begon overtrof al mijn verwachtingen. Al snel verplaatste zich de zoektocht van het internet naar overleg met baksteenfabrikanten.

Een bijpassende steen dus. Vroeg in het ontwerp hadden we al geconstateerd dat de baksteen enigszins afweek van de gangbare waalformaat stenen (een zogenaamd Reno-formaat). Het bleek slechts het eerste atypische aspect te zijn. Even navraag doen bij de originele steenleverancier zit er niet bij. Op het hoogtepunt van de vorige eeuw telde Nederland zo’n 600 baksteenfabrieken. Tegenwoordig nog een kleine 30. En de productieprocessen zijn sindsdien sterk veranderd. De typische textuur op de steen is veroorzaakt door imperfectie in de spuitmond bij het vormen van de strengpersstenen. En de afwijkingen in de vorm zijn het gevolg van een klassiek bakproces in een ring-, vlam- of zigzagoven. Deze technieken zijn goeddeels naar de achtergrond verdwenen. Of in het geval van strengpersstenen totaal veranderd. En naast de samenstelling van de gebruikte klei blijkt het aanbod van bakstenen in afwijkende formaten beperkt.

Een type steen dat zich kan meten aan alle eigenschappen van de bakstenen in het kerkgebouw is een lastige, zo niet onmogelijke, opgave. Het is dus kiezen met welke eigenschappen van de bestaande stenen we moeten gaan werken. En welke mogelijkheden de baksteenfabrikanten te bieden hebben bovenop hun standaardaanbod. Voordat je er erg in hebt ben je volop bezig met het productieproces van bakstenen.

Inmiddels ben ik meer tijd kwijt met het zoeken van de juiste bakstenen dan ik aanvankelijk had ingeschat. Wat drijft me om als architect zo ver te willen gaan? Het heeft denk ik te maken met het streven naar een consistente lijn tussen concept en uitwerking. Teveel concessies tijdens uitwerking en uitvoering leiden al snel tot een verwaterd concept en matige architectuur, zo leert de praktijk. En aan matige architectuur is in de gebouwde omgeving geen gebrek. Als het hoogst haalbare in het verschiet ligt, waarom zou je dan genoegen nemen met dilatatievoegen en de eerste de beste baksteen als er betere alternatieven voor handen zijn. Het zou goed zijn om studenten toch enig besef bij te brengen wat er bij het ontwerpproces komt kijken, maar het ontwikkelen en uitwerken van samenhangende gebouwontwerpen blijft het belangrijkste.